Damkoning met een bindend studieadvies

Tim van Ham 01-02-2017, 11:35

Groenendijk (links) tijdens het WK. Foto: Jaap Mons.

Actiefoto Dammer credits Jaap Mons

Wildvreemden spreken hem in de kroeg aan als ‘de damkoning’. Jan Groenendijk, pas achttien jaar, streed in december om de wereldtitel dammen. Nu richt hij zijn focus weer op zijn Nijmeegse studie natuur- en sterrenkunde. Of hij voldoende studiepunten haalt om te mogen blijven, is nog maar de vraag.

Bij een dammer denk je snel aan een grijze man uit een voormalig Sovjetland, met roos op de schouders van zijn versleten pak. Als Jan Groenendijk (18), eerstejaarsstudent natuur- en sterrenkunde, het tijdens het WK dammen opneemt tegen zijn rivaal Roel Boomstra (23) bestaat het publiek – dat kijkt via een scherm – inderdaad vooral uit mannen die al van hun pensioen genieten. Het is december, maar Vox ziet ten minste één persoon op sandalen (uiteraard met sokken – mogelijk van geitenwol).

De dammende student werkt samen met hiphoplabel TopNotch

Hoe anders is dat een kamer verder, waar in de chique trouwzaal van het gemeentehuis de twee dammers het tegen elkaar opnemen. Twee Hollandse jongemannen – keurig in pak. De dammers spelen voor een groot scherm met daarop de sponsoren: hiphoplabel Top Notch en YoungCapital – een uitzendbureau dat zich richt op jongeren. Groenendijk en Boomstra zorgen voor een frisse wind in de damwereld. ‘In 2015 werd ik tweede op het WK in Emmen’, zegt Groenendijk, twee weken na zijn verloren WK-partijen van eind 2016, thuis in Wageningen. ‘De gehele gevestigde orde deed mee in Emmen en ineens werd ik tweede – een enorme verrassing voor de buitenwereld. Dat stond in alle kranten en iedereen las erover. Ik kwam op Nieuwsuur. Het was in jaren niet gebeurd dat er een dammer op de nationale tv kwam.’

DWDD
Dat optreden bleek later de opmaat naar een aparte samenwerking. De moeder van Groenendijk kreeg mail van Kees de Koning, de oprichter en eigenaar van Top Notch – met afstand het hipste en invloedrijkste hiphoplabel van Nederland. ‘Hij zei dat hij mijn verhaal cool vond en graag wilde helpen om de volgende strijd om de wereldtitel beter op de kaart te zetten’, aldus Groenendijk.

Zo gezegd, zo geregeld. Top Notch maakte voorafgaand, tijdens en na het WK bombastische filmpjes met Groenendijk en tegenstander Boomstra. Top Notch haalde enkele van zijn bekendste rappers van stal om het geheel wat meer cachet te geven. De dammers trokken op hun beurt hun beste pak aan. De flitsende filmpjes (de eerste lijkt een spannende filmtrailer) moesten heel het land laten zien dat twee Nederlandse dammers spelen om de wereldtitel. Dat lukte aardig. ‘Voorafgaand aan een persmoment waar alle grote kranten bij zouden zijn, kreeg ik een telefoontje’, zegt Groenendijk. ‘Het was De Wereld Draait Door, de redactie dacht erover ons aan tafel te zetten.’

Een dag later legde Groenendijk – met wat tegenzin – voor anderhalf miljoen kijkers aan Matthijs van Nieuwkerk uit hoe hij ooit zijn elleboog brak tijdens een damtoernooi (samengevat: hij viel bij het knuffelen van een Pools dammeisje). ‘Ik geneerde me natuurlijk voor dat voorval. Maar achteraf ben ik blij dat het ter sprake kwam. Het leverde leuke tv op.’ Het was voor het eerst dat de talkshow over dammen ging. En niet de laatste keer: Groenendijk en zijn opponent mochten na het WK nog een keer terugkomen.

Foto: Duncan de Fey

Talent
Dat Groenendijk talent heeft, is duidelijk. Toch was het alles behalve vanzelfsprekend dat hij dammer zou worden. Hij damde als jochie zoals ieder klein kind dat doet: zo nu en dan een potje bij oma, zonder precies te weten wat hij deed. Voetballen ging hem aanvankelijk beter af: hij haalde zelfs de selectie-elftallen van de KNVB en droomde van een carrière als profvoetballer. Dat veranderde langzaam vanaf groep vijf van de basisschool. ‘Er was een schooldamtoernooi in mijn woonplaats Wageningen, met scholen uit heel Nederland. Ik schreef me in omdat me dat wel leuk leek. De damclub deelde wildcards voor tien gratis lessen uit aan de beste dammers. Ik geloof niet dat ik heel veel beter presteerde dan mijn klasgenoten, maar grotendeels door toeval kreeg ik zo’n wildcard.’

‘Ik damde vrij maniakaal’

Daarna ging het razendsnel. De nationale dambond heeft tien dikke mappen vol lesmateriaal. Wie serieus wil dammen, werkt die mappen door. Sommigen doen een half jaar over die eerste map, anderen wat langer. Groenendijk had de eerste map na vier weken uit. Tijdens de lessen zat hij tussen jongens van vijf jaar ouder, omdat hij zo ver voorliep. ‘Die mappen heb ik vrij maniakaal doorgewerkt. Ik stond ermee op en ging ermee naar bed – letterlijk. Voor ik naar school ging, werkte ik een half uurtje in die mappen. Na school ook, en ’s avonds ook als het kon. Op de basisschool heb je verder toch niet zo veel te doen.’

Na de tien gratis lessen volgde uiteraard een lidmaatschap bij de damclub, en al snel kwamen de eerste toernooien. Daar bleek Groenendijk een bijzonder talent. Wildvreemden spreken hem in de kroeg aan als ‘de damkoning’.

Bietensoep
‘Mijn eerste echte wedstrijd speelde ik toen ik acht was. Ik zat een maand of vier bij de damclub en had me via het Gelders kampioenschap geplaatst voor de halve finale van het Nederlands kampioenschap. Ik kwam net niet in de finale. Als ik van één bepaald jongetje had gewonnen, had ik de finale gehaald. Steeds als ik dat ventje zag, moest ik aan de misgelopen finale denken. Ik dacht: potverdomme, dat gaat me niet weer gebeuren. Ik heb direct de datum van het volgende NK in mijn agenda gezet en ben daarna nóg fanatieker die mappen ingedoken.’ Groenendijk begint te glimlachen: ‘Ik heb daarna alleen nog maar van dat jongetje gewonnen.’

Het omcirkelde NK een jaar later ging goed. Groenendijk – met zijn anderhalf jaar ervaring – werd tweede en plaatste zich daarmee voor het EK voor leeftijdsgenoten, in Polen. ‘Mijn eerste toernooi in het buitenland. Dat was een avontuur. Ik was negen en kende alleen het eten dat mijn vader kookte. In Polen kreeg ik een of andere bietensoep voorgeschoteld. Dat was schrikken…’

Het dammen ging stukken beter. Hij verloor slechts één potje, van een klein Russisch jochie. Maar omdat Groenendijk de rest van zijn partijen won en dat Russische jongetje zijn laatste wedstrijd verloor, won Groenendijk het EK. Hij wist tegen die tijd al wel dat hij wat kon, maar de toernooiwinst in Polen was voor hem de definitieve bevestiging dat het serieus was. Een EK win je niet zonder serieus talent.

Grootmeesterstitel
En dus ging Groenendijk door. Hij speelde als knul van elf de nationale competitie, tegen mannen van zeventig. Al snel viel er binnen de landsgrenzen niet veel meer te winnen. Op zijn zestiende schrijft de nationale dambond hem in voor het EK voor volwassenen. Een toernooi dat wemelt van de oud-wereldkampioenen. Groenendijk blijft op de been en houdt alle grootmeesters op remise (“vraag niet hoe”), waaronder een tienvoudig wereldkampioen. Het levert hem de grootmeestertitel op en kwalificatie voor het wereldkampioenschap. ‘Als er vanwege mijn leeftijd al sprake was van onderschatting, dan was dat toen voorbij’, zegt hij. ‘Sommige mannen konden er niet goed tegen om van mij te verliezen en liepen na de partij meteen weg. Overigens kunnen de meesten er wél van genieten hoor. “Prachtig dat zo’n knaapje dit al kan”, zeggen ze dan.’

Groenendijks eerste WK verloopt aanvankelijk zoals altijd: heel goed. Hij wint veel en staat één ronde voor het einde hoog in de ranglijst. Door gunstige uitslagen op andere tafels heeft Groenendijk bij winst de wereldtitel binnen. Hij bereikt een winnende stand op het bord die hij vrij eenvoudig uit had kunnen spelen. ‘Maar ik verprutste het volledig en mijn tegenstander maakte remise. Het is een heel beroemde partij geworden, omdat ik toen een enorme fout maakte. Ik denk dat alle grote dammers zich dat bewuste moment herinneren.’

Zijn tweede plek (achter de mazzelende Rus Alexander Georgiev) levert hem uiteindelijk wel de mogelijkheid tot een nieuwe titelstrijd op (zie kader), maar opnieuw lukt het niet. ‘Het doel is wel om vroeg of laat een keer wereldkampioen te worden. Ik was al twee keer heel dichtbij, maar ik ben nog jong. Er komen nog meer kansen.’

Studiepunten
Groenendijk kan moeilijk uitleggen waar het fout ging tegen Roel Boomstra. ‘Ik speelde niet best en Roel was in topvorm. Ik kwam steeds in tijdnood en dat brak me op.’ Boomstra kwam goed voor de dag. Hij had zijn studie een half jaar gestaakt om zich volledig op het WK en de speelstijl van zijn tegenspeler te richten. ‘Die heeft in die tijd heel mijn psyche doorgelicht’, zegt Groenendijk lachend. ‘Terwijl hij al met die wedstrijd bezig was, begon ik mijn studie in Nijmegen. Dat is natuurlijk geen ideale voorbereiding. Aan de andere kant is het ook niks voor mij om me zes maanden op te sluiten om me op één opponent te concentreren – ik zou helemaal gek worden. Ik kan dus niet de volledige schuld bij mijn studiebelasting leggen.’

Niet alleen lijdt zijn damspel onder zijn studie, het omgekeerde is ook waar. Groenendijk mopperde aanvankelijk dat de opleiding zich weinig flexibel opstelde tegenover de topsporter. Inmiddels heeft de universiteit beterschap beloofd: hertentamens worden aangepast op zijn speelschema en hij krijgt begeleiding van een studieadviseur. Wiskundehoogleraar Klaas Landsman is beschikbaar om bijles te geven. Maar aan het bindend studieadvies verandert niets – hij moet nog steeds voldoende studiepunten halen. ‘Het is een vooruitgang, maar ik moet zien of het allemaal gaat lukken. Het is niet zo dat ik nu met een gerust hart zit te studeren, in de overtuiging dat ik het ga halen. Ik sluit me momenteel echt op om me helemaal op mijn studie te storten. Het is erg veel allemaal. Hopelijk haal ik het, want ik wil niet weg uit Nijmegen.’

Dit verhaal verscheen eerder in Vox 6, die hier online te lezen is

1 reactie

  1. Eric Sanders schreef op 2 februari 2017 om 14:53

    Werkelijk bizar dat de universiteit zich niet flexibeler opstelt wat betreft het bindend studieadvies voor Jan Groenendijk. De universiteit zou het grootste damtalent sinds Ton Sijbrands en Harm Wiersma in de jaren 60/70 moeten koesteren.

Geef een reactie