De Tour win je in bed

23-10-2013, 00:00

Verslaggever Joep aan den Boom vraagt zich af waarom zijn vader wel gedisciplineerd sport en hijzelf niet. Bij een workshop sportfilosofie zocht hij gisteren naar antwoorden. ‘Ik had beter moeten weten.’

Dromen van de overwinning doe je in bed. Foto: Anirudh Koul / Creative Commons

Dromen van de overwinning doe je in bed. Foto: Anirudh Koul / Creative Commons

Ook al ben ik geen student meer, ik drink  nog steeds minimaal twee biertjes per dag en rook daarbij als een ketter. Sinds mijn achtste levensjaar sport ik. Iedere week drie keer. Eerst judo, toen voetbal, toen volleybal, toen fitness en tot slot hardlopen. Sinds een half jaar doe ik helemaal niets meer. Behalve naar de bus of de trein rennen of naar de friettent lopen om sigaretten te halen. Ik heb de conditie van een astmatische bejaarde rolstoeldammer. Mijn vader daarentegen – pushing sixty – loopt sinds een jaar of tien elk jaar een marathon. Gedisciplineerd traint hij iedere week drie keer. Stipt woensdagavond om zeven uur en zondagochtend, stipt, om negen uur. Dat hij daarnaast dagelijks de nodige wijntjes wegtikt en ‘zijn sigaartje’ rookt, lijkt geen effect te hebben op zijn prestatievermogen of  zijn motivatie. Ik wil antwoorden. Vanmiddag kreeg ik een mailtje van de redactie met de vraag of ik de filosofieworkshop ‘Sporten (en dan ook echt gaan). Hoe doe je dat?’ van sportfilosoof Ron Welters wilde bijwonen en daar een stukje over wilde schrijven. Dat wilde ik wel. Dwergwerpen In een keurig zaaltje in Huize Heyendaal gingen ik en de deelnemers op zoek naar wat sport nu eigenlijk is en waarom we eigenlijk sporten. Op de vraag wie er recentelijk had gesport, hield ik wijselijk mijn mond. Gelukkig hoorde ik naast ‘hardlopen’, ‘lacrosse’, ‘roeien’ en ‘fitnessen’ ook iemand ‘ik doe alleen mijn best’ roepen. Ik was niet de enige. Sport is bewegen, sport is competitie en sport is een sociaal bindmiddel. Het blijkt niet eenvoudig de essentie van sport te vinden. Want, is schaken dan ook een sport? Er is immers competitie. Of dwergwerpen, is dat een sport? De deelnemers zijn fysiek bezig en er is een competitie-element. Of dwergwerpen sociaal verantwoord is richting onze medemens die in de Efteling ook al niet in de Python mag, daargelaten. Een roeister roept ‘schaken is geen sport!’, haar buurvrouw, tevens roeister, roept ‘en dwergwerpen is ook geen sport, want dat is verboden!’ Maar zo eenvoudig ligt het niet. Het groepsgesprek gaat verder en we vragen ons af waar androgyne sporters thuishoren, en of we net als de gewichtsklassen bij boksen ook lengteklassen moeten hebben bij basketbal. Mijn gedachten dwalen af. Veel vragen, weinig antwoorden. Ooit leerde ik het volgende over filosofen: ‘zij die weten dat ze niets weten’. Toen ik vanmiddag hoopte een antwoord te krijgen op op de vraag waarom het mijn vader wel lukt om gedisciplineerd aan zijn lichaamsbeweging te komen en mij niet, had ik beter moeten weten. Duatlon Als ik mijn spullen inpak en mij klaarmaak voor mijn eigen duatlon richting het station (3 kilometer fietsen; 50 meter sprint) spreekt journalist Paul van den Broek zijn column uit. Hij tracht een antwoord te vinden op de vraag ‘wat ben ik nu weer aan het doen?’, iets wat hem herhaaldelijk door het hoofd spookt tijdens het lopen van zijn 42 kilometer. Buiten veeg ik de regendruppels van mijn zadel en trek ik riempjes van mijn rugzak strak. Ik adem diep in zoals Ronaldo dat doet voorafgaand aan een vrije trap en spring op mijn fiets. Ik denk aan een regel uit Van den Broeks column: ‘De Tour de France win je in bed, aldus de bewaard gebleven uitspraak van Joop Zoetemelk.’ Zal ik er toch eerst zelf uit moeten komen. / Joep aan den Boom

Geef een reactie