Hoe groen zijn de kassen van de Radboud?

30-10-2013, 00:00

De Radboud Universiteit wil graag zo groen mogelijk zijn en dat kunnen bewijzen met een speciaal milieucertificaat. Deze week heeft er een audit plaats, om te kijken of de universiteit opnieuw voor het certificaat in aanmerking komt. Vox liep mee in de Proeftuin en Genenbank. Hoe groen zijn de kassen op de campus eigenlijk?

20131029 Genenbank2

Foto: Tim van Ham

De universiteit wil graag weer een ISO 14001-certificaat, een dure naam voor een papiertje dat aangeeft of de campus zijn milieuhuishouding een beetje op orde heeft. Wie denkt dat de auditors alleen komen kijken of de verwarming niet te hoog staat heeft het mis. ‘Hebben jullie hier ook genetisch gemanipuleerde planten?’, wil auditor Peter Theunissen weten van Gerard van der Weerden, de beheerder van het kassencomplex. En dat is belangrijk, want deze zogenaamde GMO’s (genetisch gemodificeerde organismen) mogen op geen enkele manier uit de kassen ontsnappen en ‘in het wild’ terecht komen. Maar zolang Van der Weerden het voor het zeggen heeft in de Proeftuin en Genenbank zal dat niet snel gebeuren, zo blijkt uit zijn minutenlange monoloog. Zo heeft iedere ruimte met daarin GMO’s een aparte sticker op de deur waaraan de brandweer in geval van nood kan zien of er wel of niet met water geblust kan worden. Blus de verkeerde kas (met de verkeerde planten) en het bluswater spoelt allerlei zaden mee naar buiten die niet mogen ontsnappen, zo vertelt Van der Weerden. Het complex heeft dan ook een gesloten systeem, zonder afvoerputjes in de grond. Tijdens het schoonmaken zouden anders de kleinste zaadjes kunnen wegspoelen. Onhandig inderdaad, zo beaamt Van der Weerden, maar noodzakelijk. ‘Verschijnt er een plantje uit onze Proeftuin ineens buiten bij de vijver, dan is met een DNA-profiel simpel terug te leiden van welk project dat hierbinnen afkomstig is. Daarom gebruiken we waterzuigers in plaats van afvoerputjes, we kunnen het risico gewoon niet nemen.’
20131029 Genenbank3

Foto: Tim van Ham

De rondleiding van Van der Weerden lijkt meer op een stoomcursus ‘hoe houd ik planten’ dan op een audit. Een Latijnse plantennaam hier, een plantenonderzoek uit 1897 daar – de verhalen hebben soms niets met de audit te maken, maar zijn des te interessanter. Auditor Theunissen luistert, knikt en noteert. Over een sticker met het rookverbod verhaalt Van der Weerden: ‘Stel je voor dat er een virus in je tabak zit. Dat kan de planten hier besmetten waardoor je studenten of onderzoekers zo een half jaar vertraging op kunnen lopen.’ Een uurtje en veel triviantweetjes verder (‘Dit plantje heet Bitterzoet, daar kun je de muizen mee uit je schuurtje jagen’) zit de audit er in de Proeftuin en Genenbank op. Auditor Theunissen heeft genoeg gezien en is tevreden: ‘Het ziet er keurig uit’. Dat was voor Van der Weerden natuurlijk geen verrassing. / Tim van Ham

Geef een reactie