Zomerinterview (6): Caspar Safarlou

Annemarie Haverkamp 04-08-2016, 09:54

Photo: Duncan de Fey

Caspar Safarlou

Diederik Stapel naar de universiteit halen, is vragen om problemen. Caspar Safarlou (22), de eerste lijsttrekker van de Nijmeegse tak van De Vrije Student, deed het desondanks. Een gesprek in zijn ouderlijk huis in Boxtel, waar hij elk weekend tot diep in de nacht discussieert met zijn Armeense vader.

Boxtel, zondag 6 maart 2016. Caspar Safarlou vertelt bij zijn ouders thuis aan de keukentafel dat zijn partij Diederik Stapel heeft gevraagd om te komen spreken op de Radboud Universiteit. Zijn vader reageert met ‘geweldig!’ Moeder kijkt bedenkelijk. Moet dat nou? Hier komt gedonder van, weet ze zeker. Liever ziet ze dat ze haar ‘menneke’ maar met rust laten.

Dat er gedonder van komt, weet Caspar ook wel. Stapel is persona non grata in universiteitenland. Hij was het die de goede naam van de wetenschap bezoedelde. Met zijn gefraudeer. Honoursstudenten hadden de sociaal psycholoog gevraagd voor een lezing op de Nijmeegse campus, maar hun uitnodiging ingetrokken op verzoek van het college van bestuur. Daarop dacht Caspar – en met hem zijn partij De Vrije Student: ‘Iedereen is vrij om te spreken. We kunnen juist leren van zijn verhaal.’ En de partij stuurde de paria een vriendelijke mail.

Caspar met zijn vader Serjik. Foto: Annemarie Haverkamp

Caspar met zijn vader Serjik. Foto: Annemarie Haverkamp

Vader Serjik Safarlou herinnert zich nog levendig hoe Caspar die zondagavond het huis verlaat. In zijn eentje, op weg naar Nijmegen en naar een universiteit die niet blij met hem zal zijn. Maar vastbesloten. De argumenten en damage control hebben ze dat weekend uitvoerig besproken. ‘Ik heb hem geen sms meer gestuurd’, zegt Serjik. ‘Als ik hem belde, zou ik hem maar uit zijn concentratie halen. Met elke handreiking die je doet, tast je zijn authenticiteit aan.’

De volgende dag staat zijn zoon op de site van De Telegraaf. Moeder Lisette, werkzaam in de sociale sector, print het stuk uit. Caspar heeft dan inmiddels een goed gesprek gevoerd met de decaan van de sociale faculteit. Ook die is tegen de komst van Stapel.

‘We zijn het niet eens geworden’, zal Caspar zijn ouders laten weten. Desondanks spreekt de wetenschapsfraudeur op maandagavond 7 april een zaal Nijmeegse studenten toe. ‘Stiekem was ik heel trots op mijn zoon’, zegt Serjik. ‘Maar ook dat heb ik toen niet gezegd. Caspar moest vooral autonoom blijven denken.’

Een slecht vakantieverhaal
Drie maanden later zitten we aan diezelfde keukentafel in een hoekhuis in Boxtel. Plastic kleedje, laptop, boeken. Hier, voor het raam met uitzicht op de rivier de Dommel, discussiëren vader en zoon in het weekend vaak tot diep in de nacht. Over filosofie, wetenschap, politiek, menselijk gedrag. ‘Ik leer van hem’, zegt Serjik. ‘Hij inspireert mij’, zegt zijn zoon.

In dit huis heeft Caspar leren denken. Zijn vader is Armeens. Kwam in 1984 als vluchteling van Teheran naar Nederland. Onder het bewind van Ghomeini kon Serjik niet langer zeggen wat hij dacht. Als christen was hij na de islamitische revolutie vogelvrij. Over zijn vlucht heeft hij zijn twee zoons – boven Caspar zit Robbert-Jan – weinig verteld. ‘Ze weten flarden’, zegt hij. ‘Als van een slecht vakantieverhaal.’

‘Het is echt niet mijn bedoeling mensen tegen de schenen te schoppen.’

Het is een bewuste keuze. Hij wil zijn kinderen niet belasten. Ze moeten de ruimte krijgen te worden wie ze zijn. Caspar blijkt geïnteresseerd in politiek. In 2015 wordt hij lijsttrekker van de Nijmeegse afdeling van een nieuwe studentenpartij: De Vrije Student (DVS). Een liberaal geluid in de linksige studentenpolitiek. Serjik is enthousiast. Hij stimuleert de plannen van zijn zoons.

Terwijl moeder Lisette – blonde krulletjes, blauwe ogen – in onvervalst Brabants vraagt of het bezoek koffie wil, legt Caspar uit hoe hij in de politieke arena belandde. ‘Op de middelbare school zat ik al met vrienden in een debatclubje. Debatteren was voor ons een sport. Het ging om de uitwisseling van ideeën. We waren liberaal, maar voelden ons niet thuis bij de VVD. We spraken over digitale mogelijkheden en privacy. Zo kwamen we terecht bij de Piratenpartij.’

Foto: Duncan de Fey

Foto: Duncan de Fey

Serjik: ‘Ik vond die Piratenpartij wel leuk. Een paar anarchistische jongens bij elkaar. Ik ben me er in stilte in gaan verdiepen, zodat ik erover mee kon praten. Ik was al lang blij dat mijn zoon niet met molotovcocktails ging gooien of een ministerie bezette.’

Pestkoppen waren het wel, die jongens. Ze wisten net iets meer van programmeren dan hun docenten. Dus legden ze wat schoolcomputers plat. Bouwden ze een schaduwwebsite waar leerlingen met één druk op de knop hun rooster konden zien. Caspar moet lachen als hij erover vertelt. Ja, er werd wel eens iemand boos, zoals die decaan die eiste dat de site offline ging – anders geen diploma! Uiteindelijk verkochten de jongens de site aan de school.

De Vrije Student is voor Caspar, die kunstmatige intelligentie gaat studeren, een logisch vervolg op de Piratenpartij. Studenten moeten meer van zich laten horen binnen universiteiten, vindt hij. Hij stuurt een opiniestuk naar NRC. ‘Pluche-plakkende universiteitspolitici die geen stip op de horizon zetten’, noemt hij de zittende studentbestuurders.

Zijn ideeën over hoger onderwijs wisselt hij uit met zijn vader. De debatten die eraan komen voor de eerste studentenraadverkiezingen, bereidt hij thuis voor. Elk weekend is hij in Boxtel. ‘Ik heb hem wel wat foefjes voor gesprekstechnieken bijgebracht’, vertelt vader Serjik, die net als zijn vrouw in de sociale sector werkt. ‘Maar een gesprek voeren moet je toch echt zelf doen.’

‘Fortuyn is een van mijn grootste inspiratoren’

Tot twee jaar geleden zat Serjik in de gemeenteraad van Boxtel. Eerst namens het CDA, later voor de lokale partij Balans. Hij is ermee gestopt omdat hij zichzelf op een dag hoorde ‘zeuren als een oud vrouwtje’. Hij was saai geworden, bracht geen vernieuwing meer.

Zijn zoons zorgen voor de verrassingen thuis. Eerst Robbert-Jan. Die laat tijdens het avondeten opeens weten dat hij naar de KMA wil, de Koninklijke Militaire Academie. ‘En dat in een links-pacifistisch huis!’, roept Serjik uit. ‘Wat hadden wij fout gedaan?’ Hij bedoelt het als grapje. Het was even slikken – en nog eens slikken en nog eens slikken – maar de oudste zoon krijgt alle steun die hij kan gebruiken. Dan Caspar. Die komt op een dag op de proppen met Pim Fortuyn. In datzelfde links-pacifistische huis.

‘Fortuyn is een van mijn grootste inspiratoren’, licht Caspar toe. ‘Wat een geweldige man, wat een geweldig leven.’ Toen de flamboyante Rotterdamse politicus werd vermoord, was Caspar acht. Hij leerde pas over hem toen hij voor zijn verjaardag een boek van hem kreeg van een schoolvriend. Wat hem zo aanspreekt in Fortuyn? ‘De liberale ideeën en zijn retoriek.’ De debatfilmpjes van Fortuyn op YouTube heeft hij wel honderd keer gezien. Een van zijn toespraken kent hij uit zijn hoofd. En nee, extreem vindt hij Fortuyns ideeën niet (Fortuyn was kritisch op de islam en op de heersende politieke elite, red.). ‘Hij was een academicus en schreef hele normale boeken.’

Zijn vader is het met hem eens. Fortuyn was onmiskenbaar een intellectueel. Was hij rechts? Links? ‘Hij had ruggengraat’, zegt Serjik. ‘Ik was eens bij een lezing van hem. Hij zei soms bizarre dingen. Liet je echt zweten. Mensen begrepen hem vaak niet.’

Moeder Lisette mengt zich in het gesprek. ‘Ik voel me verwant met de moeder van Pim Fortuyn’, zegt ze. ‘Ik zag haar eens op tv. ‘Hou je nou koehoest’, zei ze soms tegen haar zoon. De jongen bedoelde het heus goed. En dan deden ze zo lelijk tegen hem.’ Ze wijst naar Caspar. Ook zo’n goed jong. Maar doordat hij dwarse dingen doet, krijgt hij soms de volle laag.

‘Mensen denken vaak dat ik Grieks ben. Safarlou. Souvlaki. Dan begin ik over ‘ons mam’ en ‘ons pap’. ‘Oh Brabant’, denken ze dan.’

Volgens Serjik moet je daar juist je voordeel mee doen. Als iemand je uitmaakt voor klootzak, kun je dankjewel zeggen. Blijkbaar heb je iets geraakt. Dat kan het begin zijn van een dialoog: vanwaar die allergische reactie?

Caspar is geen ruziezoeker, zegt de student zelf. ‘Het is echt niet mijn bedoeling mensen tegen de schenen te schoppen.’ Waar het hem om gaat, is mensen wakker te schudden. Bevragen waarom we de dingen doen die we doen.

Begin dit jaar werd hij door studentenwebsite Nultweevier uitgeroepen tot ‘meest inspirerende student’. De lijsttrekker van DVS was creatief en hardwerkend, luidde het oordeel. Caspar Safarlou was niet alleen actief in de universiteitspolitiek, hij volgde ook nog even het interdisciplinaire honoursprogramma en rondde het beurzenprogramma van de Stichting Thomas More af. ‘Superleuk’, vindt Caspar die titel. Het is nogal een compliment, als anderen je inspirerend vinden.

Na de zomer switcht hij van studie. Filosoferen past beter bij hem dan programmeren. Hij heeft zich ingeschreven voor de master Politieke theorie. Een carrière als politicus ambieert hij echter niet. ‘Mijn jaar in de studentenraad zit erop. Nu ken ik het. Het was hartstikke leuk, maar het is klaar.’ Caspar wil de diepte in. Momenteel is hij gefascineerd door de ideeën van de Amerikaanse schrijfster en filosofe Ayn Rand. Naast zijn laptop ligt een boek over haar theorieën dat hij nog niet had. Dit weekend op de kop getikt, het lag zo maar in de boekhandel in Eindhoven. Het was Rand die hem het laatste zetje gaf in de richting van filosofie. Misschien wil hij later promoveren.

Zijn vader ziet hem in de toekomst niet in Nederland blijven. Caspar knikt instemmend. ‘Ik zou een grote stad wel leuk vinden. Los Angeles of New York.’ Twee keer was hij op vakantie in de Verenigde Staten. Veel familie van zijn vader woont daar.

En Armenië? Is dat een optie? ‘Nee’, zegt Caspar. Hij is er wel geweest, samen met pa. Maar hij spreekt de taal niet eens. Weet weinig van het land. ‘Voor mij waren die reizen sentimental journeys’, zegt Serjik met een dromerige blik. ‘Ik denk dan: ‘hier in Armenië is iedereen aardig tegen mij’. Natuurlijk is dat niet waar. Maar als ik die bergen zie, krijg ik een brok in mijn keel. Ik vind het mooi als ik de wolken zie dansen boven het land.’

In Nederland weet hij niet beter dan dat hij wordt gediscrimineerd. Is ergens een terroristische aanslag gepleegd, dan zet hij een alpinopet op als hij naar buiten gaat. Denken ze dat hij een Fransman is. En Caspar? ‘Mensen denken vaak dat ik Grieks ben. Safarlou. Souvlaki. Dan begin ik over ‘ons mam’ en ‘ons pap’. ‘Oh Brabant’, denken ze dan.’

Moeder Lisette is geboren en getogen in Boxtel. Het huis waar het gezin woont, is haar ouderlijk huis. Zoete inval was het toen de jongens nog thuis woonden. Het is afwachten waar Caspar en Robbert-Jan zich straks settelen.

Caspar maakt zich weinig zorgen over zijn toekomst. Hij kan altijd nog terugvallen op zijn kennis in de ict – nu al benaderen werkgevers hem via LinkedIn. Vader Serjik geeft geen antwoord op de vraag welk beroep hij bij Caspar vindt passen. Hij wil hem niet beïnvloeden. Autonomie, daar draait het om in de familie Safarlou.

Geef een reactie