Nooit verdwalen met een TomTom in je hoofd

08-11-2013, 00:00

Iedereen heeft wel zo’n betweterige vriend die na één bezoekje aan een vreemde stad daar direct de weg kent. De hersenen van deze persoon zien er waarschijnlijk iets anders uit dan die van de eeuwige kaartenkijker. In zijn promotieonderzoek vond hersenonderzoeker aan de Radboud Universiteit Joost Wegman verschillen in het brein van goede en slechte navigators.Navigeren ‘Er zijn kleine verschillen in de hersenen te vinden die terug te leiden zijn tot het navigatievermogen van mensen’, zegt Wegman (what’s in a name?). Mensen met aanleg voor navigeren hebben een beter richtingsgevoel en gevoel voor naviatiepunten in hun omgeving. ‘Wie dit niet beheerst gaat vaak van zichzelf uit, en minder van de omgeving. Die onthoudt dat hij de eerste weg links moet, de derde rechts en dan bij de bakker weer af moet slaan. Dat verschil in benadering is in het brein terug te vinden.’ Het verschil zit hem in de hippocampus. ‘Ik zag dat goede navigators daar meer zogenoemde grijze stof hadden – dat gebruikt wordt voor de verwerking van informatie. Slechte navigators hebben juist meer witte stof – die gebieden met grijze stof met elkaar verbindt – rond de caudate nucleus. Dit gebied onthoudt relaties vooral ten opzichte van jezelf. Zoals dat je moet afslaan bij de platenzaak op de hoek’, aldus Wegman, die vervolgens de slechte navigators gerust stelt. ‘Dit is door training gewoon te veranderen hoor. Wie taxichauffeur wil worden in Londen moet een examen doen waarvoor hij twintigduizend straten uit zijn hoofd moet kennen. Vaak duurt zo’n training twee jaar en naarmate ze die kennis langer gebruiken zie je dat het brein van de taxichauffeurs zich rond de hippocampus steeds verder ontwikkelt. Het is dus prima te trainen.’ Mannen versus vrouwen Wie het over navigeren heeft, kan niet om het verschil tussen mannen en vrouwen heen. Volgens het aloude cliché rijden vrouwen namelijk op iedere hoek van de straat verkeerd, terwijl mannen met de ogen dicht de weg vinden. ‘Ik heb mensen alleen gevraagd of ze zelf vinden dat ze goed kunnen navigeren’, zegt Wegman. ‘Eerder onderzoek heeft namelijk aangetoond dat mensen dat prima zelf kunnen inschatten. En mannen schatten zichzelf inderdaad beter in dan dat de vrouwen dat doen – maar het zou ook kunnen dat vrouwen zichzelf lager inschatten juist door het stereotype. Enkele onderzoeken suggereren wel dat het mannenbrein wat meer ruimtelijke inzicht heeft, maar of ze ook echt beter navigeren? Daar durf ik op basis van mijn onderzoek mijn vingers niet aan te branden.’ /Tim van Ham Joost Wegman promoveert op woensdag 27 november aanstaande op zijn onderzoek  Objects in space – The neural basis of landmark-based navigation and individual differences in navigational ability.

0 reacties

  1. Michel schreef op 11 november 2013 om 19:10

    Hallo,
    Wat een geweldig onderzoek ik relatie tot ‘mijn’ sport. Zelf ben ik een fanatieke orientatieloper en maak ook deel uit van nationale militaire orientatieloop team.
    Het kunnen kaartlezen is dan ook naast het fysieke aspect waar het binnen de sport om draait.
    Ik ben dan ook erg geinteresseerd in hoe je deze vaardigheid zou kunnen trainen (buiten het veel doen).

Geef een reactie