Oud-studenten in Den Haag in spanning voor verkiezingen

Tim van Ham 13-03-2017, 13:07

Van links naar rechts: Robin, Coen en Mayke. Foto: Erik van 't Hullenaar

EH_2311_politiek

Het hele land kijkt met spanning uit naar de de Tweede Kamerverkiezingen woensdag. Dat geldt zeker voor drie oud-studenten van de Nijmeegse master Politiek en Parlement die nu in politiek Den Haag werken. ‘Het zal druk worden na de formatie.'

Het zijn onzekere tijden voor politiek Den Haag. Na de verkiezing zal er veel veranderen. Niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook op de vierkante kilometer daaromheen. Na vier relatief rustige jaren zal de verkiezingsuitslag de Haagse kaasstolp waarschijnlijk flink opschudden en opnieuw inrichten. Hoe gaat dat? En wat zijn de gevolgen voor een lobbyist, een politiek assistent en een beleidsmedewerker bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap? Radboud-alumni Mayke Janssen, Coen Pouls en Robin Bleichrodt kijken in de nacht van 15 op 16 maart allemaal door hun eigen bril naar de verkiezingsuitslag.

‘Het wordt pas echt spannend na de formatie’

Janssen werkt bij het ministerie van OCW en de nieuwe coalitie zal bepalen welke onderwijswet zij de komende jaren zal gaan voorbereiden. Coen Pouls is de politiek assistent van verschillende Kamerleden van de Partij van de Arbeid. Wat de uitslag ook zal zijn – de partij staat er in de peiling niet best voor – de fractie en haar ondersteuning zal flink veranderen. Bleichrodt is lobbyist en verwacht na de uitslag veel nerveuze telefoontjes van klanten die zich afvragen wat de nieuwe politieke wind voor hun business gaat betekenen.

Janssen kan zich de vorige landelijke verkiezingen nog goed herinneren. ‘Het wordt voor ons pas echt spannend na de kabinetsformatie. Ik weet nog goed dat we eind 2012 wisten dat het regeerakkoord ieder moment online kon komen. Er was een wedstrijdje onder jonge ambtenaren wie het document het eerste kon vinden. Toen we het eenmaal te pakken hadden, ging iedereen als een malle op zoek naar onderwerpen die met onderwijs te maken hadden.’

Wetten schrijven
Er stond één zin in waar Janssen ruim drie jaar mee bezig is geweest. ‘Leerwegondersteuning (LWOO) en Praktijkonderwijs (PRO) worden onder het gebudgetteerde stelsel van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs ondergebracht’, zo was te lezen op pagina 51. Deze maatregel moest bovendien een bezuiniging van vijftig miljoen euro opleveren. Meer informatie of details waren er niet. ‘Dit werd “mijn wet”, bleek als snel’, zegt Janssen. ‘En daarna moest ik aan de slag, met slechts die ene zin als houvast.’ De eerste stap in dit proces is de oriëntatie ‘in het land’. Waar is behoefte aan? Wat kan werken, en wat niet? Met welke bijzondere omstandigheden dient rekening gehouden te worden? Aan de hand van deze informatie moet een wet geschreven worden.

‘De invloed van lobbyisten is moeilijk te bepalen’

‘Ik was projectleider. Samen met een groep juristen, specialisten in het onderwerp en financiële experts was het onze verantwoordelijkheid om die ene zin in het regeerakkoord om te zetten in een werkende wet. De tien pagina’s wetswijziging worden vooral door juristen opgesteld, maar de vijftig kantjes toelichting moest ik voornamelijk zelf schrijven. Als alles af is, moet je naar de Tweede Kamer en hopen dat het niet helemaal onderuit gehaald wordt. Gelukkig bleef in mijn geval 95 procent overeind. Dan ben je bij het verlaten van de Kamer wel opgelucht, ja. “Ging goed, toch?”, vroeg de staatssecretaris. Ik vond van wel.’

Het zijn wettenschrijvers als Janssen waar lobbyisten graag mee werken, vertelt consultant Robin Bleichrodt. ‘Ik werk voor een lobbykantoor en zit meestal bij de ministeries. Een lobbyist adviseert zijn klanten over hoe ze om moeten gaan met de politiek. En waar mogelijk proberen we ervoor te zorgen dat het toekomstige beleid zo goed mogelijk uitpakt voor onze klanten. Als je een wetstraject wilt beïnvloeden, moet je niet in de Tweede Kamer zijn, maar bij de ministeries. Daar wordt de wet- en regelgeving bedacht en kun je nog meedenken. De beleidsmedewerkers staan daar ook voor open – zij moeten weten hoe de markt erover denkt en daar kun je ze mee helpen.’

Het is volgens Bleichrodt moeilijk te zeggen hoe groot de invloed van een lobbyist precies is, ook als hij zijn zin krijgt. ‘In de nieuwe kansspelwet stond een bepaling dat internetproviders illegale gokwebsites moeten blokkeren. Daar waren die providers – mijn klanten – niet blij mee. Ik heb me daartegen verzet. De bepaling is eruit gegaan, al kan ik niet zeggen dat dat nou alleen door mij komt hoor. Zo’n uitkomst is afhankelijk van meer factoren.’

Lobbykantoren
Lobbyisten hebben niet bij iedereen een goede naam, erkent Bleichrodt. ‘Mensen denken dat bedrijven met veel geld macht kunnen kopen. Het wordt vaak als voordeel gezien dat ze een lobbykantoor kunnen inhuren, maar daarmee is niet gezegd dat ze daarvan een enorm politiek voordeel genieten. Politici luisteren bijvoorbeeld ook naar een vakbond, of naar een groep burgers die een boze brief stuurt naar de politiek. Politici en beleidsmakers blijven graag op de hoogte van wat er in het land speelt. Die informatie kan van burgers komen, maar ook via lobbykantoren.’

Voor Bleichrodt worden het zijn eerste verkiezingen als lobbyist, maar zijn collega’s hebben hem al voorbereid op wat er komen gaat. ‘Het zal druk worden direct na de kabinetsformatie. Sommige lobby’s zullen opnieuw moeten beginnen, andere zullen juist slagen – na jaren werk. Tijdens de formatie is alles heel vloeibaar en worden er echt knopen doorgehakt. Je ziet vaak dat politici het dan plots eens worden over dossiers die al jaren spelen.’

Na de publicatie van een nieuw regeerakkoord zal Bleichrodts telefoon dan ook volop rinkelen. ‘Je krijgt telefoontjes van mensen die niet tevreden zijn met de uitkomst. Met de vraag of daar nog wat aan te doen is. Soms is dat een poging waard, maar vaker niet. Daar moet je ze dan eerlijk over adviseren. Na de publicatie van een regeerakkoord moeten de voorgenomen wetten nog worden opgesteld. De grote lijn ligt vast, maar in de uitwerking van de wet is soms nog veel mogelijk.’

Nieuwe parlementaire geschiedenis
Ook op de gang waar Coen Pouls werkt, wordt – bewust of onbewust – al een tijdje naar de verkiezingswoensdag uitgekeken. Pouls assisteert en adviseert verschillende leden van de PvdA Tweede Kamerfractie. ‘Met de hectiek rond de lijsttrekkersstrijd en de kandidatenlijst heb ik gelukkig niets te maken. Dat maakt dat ik ook in deze periode veel plezier in mijn werk heb.’ Wat Pouls na de verkiezingen zelf gaat doen, weet hij nog niet. ‘Maar de verkiezingen vormen voor mij een natuurlijk moment om ergens anders te gaan werken. Ik ben heel benieuwd waar ik over een jaar zal werken.’

Pouls begon in januari 2013, kort nadat de PvdA met 38 zetels een verrassend goede uitslag had geboekt. Binnen zijn portefeuille – eerst binnenlandse zaken, nu mobiliteit – helpt hij verschillende Kamerleden. ‘Ik bereid vergaderingen voor, geef inhoudelijk en politiek advies, en schrijf vaak de moties en amendementen. Ik zit binnen mijn portefeuille echt in het centrum van de macht en vergader soms met de minister. Het is niet zo dat ik me daar voortdurend van bewust ben, maar leuk is het wel. Je geeft toch mede richting aan de nieuwe parlementaire geschiedenis. Dat is gaaf.’

Een voorbeeld is het dossier over fietssnelwegen, waar de PvdA meer geld voor wilde: ‘Daar heb ik samen met een Kamerlid hard aan getrokken. Als er dan na veel werk – ook van mij – uiteindelijk twintig miljoen euro extra voor wordt vrijgemaakt, geeft dat een lekker gevoel.’

Nu de verkiezingen vlakbij zijn, ziet Pouls ook zijn eigen rol veranderen. ‘Normaal gesproken heb ik vooral contact met Tweede Kamerleden, maar in aanloop naar de verkiezingen krijg ik ook meer verzoeken vanuit de campagneleiding. Zo mocht ik meewerken aan de doorrekening van het verkiezingsprogramma en werd mij advies gevraagd over wijzigingen die leden in het verkiezingsprogramma willen doorvoeren. Dat heeft niet alleen invloed op de campagne, maar ook op de debatten die daarover in de Kamer gevoerd worden.’

Pouls ziet dat de politieke campagne in en rond de Tweede Kamer al begonnen is, ook binnen de PvdA. ‘De Kamerleden blijven collega’s, maar wilden ook allemaal een zo hoog mogelijke plek op de lijst. Dat zie je terug in de vergaderingen. Kamerdebatten krijgen steeds meer het karakter van verkiezingsdebatten. Alle partijen willen zich profileren en zetten zich sterker af tegen andere partijen. Hierdoor worden vooral verschillen in plaats van overeenkomsten zichtbaar.’ Tegelijkertijd heeft de periode voor de verkiezingen ook genoeg moois te bieden, zegt Pouls. ‘Onderling verbroedert de verkiezingsstrijd juist enorm. Met z’n allen hebben we namelijk één doel: een zo groot mogelijke fractie.’

Dit artikel verscheen eerder in de speciale uitgave van Vox naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de master Politiek & Parlement.

Geef een reactie