Schoonmakers voelen zich ondergewaardeerd

Thijs van Beusekom 19-04-2017, 12:05

Foto: Jos van Zetten

Jos van Zetten - Schoon Genoeg

Schoonmakers voelen zich niet gezien, dat is de conclusie van het promotieonderzoek van Jorcho van Vlijmen. ‘Ze zijn trots op hun werk maar niet op zichzelf. Dat kan pas wanneer zij erkenning krijgen voor wat ze doen.’

Ze staan voor dag en dauw op om onze werkplekken, pauzebanken en toiletvoorzieningen weer brandschoon te maken. Toch voelen veel schoonmakers weinig waardering. Dit blijkt uit een onderzoek van Jorcho van Vlijmen, docent aan de HAN en promovendus bij de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. ‘Schoonmakers ervaren een sterke onzichtbaarheid.’

‘Wij als vervuilers moeten meer erkenning tonen voor schoonmakers’

Het idee voor het promotieonderzoek ontstond in 2012, toen schoonmakers in verschillende delen van het land protesteerden om verbeteringen in de cao af te dwingen. ‘Wat deze staking zo bijzonder maakte was niet alleen het groot aantal deelnemers, maar ook het feit dat schoonmakers via deze weg om respect vroegen’, zegt Van Vlijmen. ‘Zij voelden zich niet gezien en ondergewaardeerd.’

Schoonmaakmiddelen van thuis
Voor zijn onderzoek deed Van Vlijmen drie maanden mee met een schoonmaakcursus, waarna hij interviews met schoonmakers afnam. Hieruit bleek dat zij veel voldoening halen uit het werk. ‘Ze doen veel moeite om het beste resultaat te krijgen. Ze nemen soms zelfs schoonmaakmiddelen van thuis mee om de boel nog schoner te krijgen en maken regelmatig extra uren. Schoonmakers zetten dus een flinke stap extra om betekenisvolle ruimtes te creëren.’ Schoonmakers krijgen echter niet altijd de bevestiging van anderen. En dat schuurt volgens Van Vlijmen. ‘Ze zijn trots op hun werk maar niet op zichzelf. Dat kan pas wanneer zij erkenning krijgen voor wat ze doen. Die moet van jou en mij komen.’

Paradijselijke gedachte
Van Vlijmen analyseerde het probleem met behulp van het paradijsverhaal uit de Bijbel. Volgens hem wordt het paradijs gezien als een metafoor voor de westerse beschaving. Westerse culturen willen een paradijs creëren waarbij alle zorgen als vanzelf zijn weggenomen. ‘Als wij achter de computer zitten, vegen we de kruimels zo op de grond, we wapperen onze handen droog in de wc, en denken dat het de volgende dag wel weer schoon zal zijn. Dit is een paradijselijke gedachte. Om hieraan te voldoen, willen we de schoonmakers niet zien, omdat de illusie van een paradijs dan wegvalt. Dit staat haaks op de wensen van de schoonmakers: gezien worden.’

De oplossing voor het probleem ligt bij ons, zegt Van Vlijmen. ‘Schoonmaakbedrijven beseffen dat schoonmakers vaak uit een kwetsbare maatschappelijk groep komen. Zij proberen te helpen door onder andere het aanbieden van cursussen en een verbreding van het takenpakket.’ Wij als vervuilers moeten op onze beurt meer erkenning tonen voor de schoonmakers, aldus de promovendus. ‘Het eerste wat Adam en Eva zagen toen ze van de verboden boom van kennis aten, was elkaar. Dat zouden wij ook meer moeten doen.’

Jorcho van Vlijmen promoveert vandaag op zijn onderzoek ‘Publiektheologische analyse van de onzichtbare schoonmaker’.

Geef een reactie