Academische opleiding tot leraar start in september

Martine Zuidweg 07-03-2017, 08:04

Foto: William Creswell/ Creative Commons

ouderwetse classroom

De nieuwe bachelor voor leerkrachten in het basisonderwijs begint in september. Ondanks protest van onder meer de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN). Vorige week kreeg de opleiding de zegen van een onafhankelijke commissie. Vijf vragen aan Anna Bosman, directeur van het Onderwijscentrum Pedagogische Wetenschappen. 'Dit is voor het eerst dat we een volledig academische opleiding tot basisschoolleerkracht kunnen gaan starten.’

Een academische opleiding voor basisschoolleraren, wie zit daar op te wachten?
‘We hebben in Nederland met elkaar afgesproken dat we beter opgeleide leerkrachten willen. Niet alleen in het voortgezet onderwijs, maar ook in het basisonderwijs. In het basisonderwijs is het een pré als de leerkracht een vwo-opleiding heeft. Een vwo’er heeft nu eenmaal meer kennis in huis dan een mbo-er. In Finland is het heel normaal dat juffen en meesters academisch geschoold zijn. Ze zijn beter in staat te reflecteren op hun onderwijs, omdat ze op de universiteit een onderzoekende houding aanleerden.’

Er is al een academische opleiding tot basisschoolleerkracht, de ALPO, van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) en de Radboud Universiteit samen. De hogeschool is niet blij met de nieuwe bachelor van de universiteit. Begrijpt u dat?
‘Ja, dat kan ik best begrijpen. Ze zeggen dat we in dezelfde vijver vissen en dat onze bachelor hen dus studenten gaat kosten. Maar ik vind: een vwo-er heeft recht op een volledige academische opleiding van drie jaar. De ALPO heeft ook een pabotraject dat studenten moeten volgen en duurt vier jaar.’

Wat is het grote verschil met jullie nieuwe bachelor?
‘Onze opleiding (de naam wordt Pedagogische Wetenschappen Primair Onderwijs, red.) is ingebed in de pedagogische wetenschappen. We leren onze studenten hier over normale leerlingen maar vooral ook over leerlingen met speciale leerbehoeften. Onze bachelor gaat in op de problemen die leerlingen allemaal kunnen tegenkomen, dat zit minder in de ALPO. De nieuwe bachelor past beter bij het passend onderwijs zoals we dat nu hebben op de basisscholen, waarin kinderen met beperkingen in de gewone klas zitten.’

Waarom hebben jullie dan überhaupt de ALPO opgezet?
‘De ALPO was een compromis. Een puur academische opleiding tot basisschoolleerkracht mocht niet eerder. Het ministerie van OCW durfde het niet aan. Men vond het teveel een beroepsopleiding en daarom thuishoren op de hogeschool. Let wel, dit is een historisch moment. Dit is voor het eerst dat we op de universiteit een volledig academische opleiding tot basisschoolleerkracht kunnen gaan starten.’

Wanneer?
‘We willen in september beginnen. We moeten nog de accreditatie door. De kans dat we geen goedkeuring krijgen, acht ik klein. We gaan ervan uit dat we in september gewoon kunnen starten. Het eerste jaar wordt hetzelfde als dat van andere studenten pedagogische wetenschappen, alleen loopt deze groep stage in het basisonderwijs. In het tweede jaar worden de studenten geschoold in didactische vaardigheden. We draaien op dit moment een pilot met een klein groepje studenten. Die loopt prima.’

1 reactie

  1. Paul Eling schreef op 9 maart 2017 om 13:06

    Beste Anna,
    Ik vind de antwoorden op de vragen niet overtuigend. Basisschooldocent is een beroep waar een goede beroepsopleiding voor nodig is. Als de hogeschool en de universiteit verschillen in wetenschappelijk onderzoek, dan hoeven docenten dat onderzoek doen niet te leren om te kunnen reflecteren. Als kennis over leer- en gedragsproblemen relevant zijn, dan kunnen die natuurlijk ook op een beroepsopleiding onderwezen worden. Als docenten beter een vwo opleiding kunnen hebben omdat zij dan een hoger niveau hebben, prima, maar dat leidt niet tot de conclusie: er moet dan ook nog een universitaire studie bij. Naar mijn smaak komen er al te veel studenten naar de universiteit die wel een universitaire titel willen, maar niet of nauwelijks geinteresseerd zijn in onderzoeksvaardigheden en te diepgaande theorie. Niet in de laatste plaats bij psychologie en pedagogiek. Het verdient m.i. de voorkeur om het academisch niveau op universitaire opleidingen goed te houden en studenten die vooral geinteresseerd zijn in een beroep naar een beroepsopleiding te laten gaan. Als studenten daar toch niet voor kiezen vanwege salarisvershillen later, dan zegt dat iets over de motivatie waarom ze een universitaire studie verkiezen. Het is voor mij niet duidelijk of ze later dan ook op een hoger niveau hun beroep uitoefenen. Ik zie af van een discussie over (in)efficientie van middelen om sterk overlappende opleidingen te ontwikkelen, maar ook op dit vlak vind ik de antwoorden niet overtuigend.

Geef een reactie