Terug naar Heumensoord

Mathijs Noij 17-10-2016, 12:25

Foto's: Erik van 't Hullenaar

EH_2809_biniam

Toen Hruy Weldemichael Tadiyos in Heumensoord woonde, volgde hij colleges aan de Radboud Universiteit en schreef hij onder de naam Biniam columns voor Vox. Nu, een jaar later, heeft hij een eigen huis in Amsterdam. Vox gaat bij hem langs én neemt hem mee terug naar Heumensoord. ‘Ik heb vooral goede herinneringen.’

Een vrouw stuurt een bakfiets tegen de wind in en een hond rent in de verte achter een stok aan. Op het geruis van de wind na is het stil. Hruy Weldemichael Tadiyos (28) loopt over de open zandvlakte van Heumensoord. ‘Zó had ik het niet verwacht. Van het tentenkamp is niks meer over.’ In het midden van het veld staat een oude dennenboom. ‘Die is me nooit opgevallen. En nu staat-ie hier opeens.’ Hij maakt foto’s met zijn telefoon: dit moeten zijn vrienden zien met wie hij in Heumensoord woonde.

Een jaar geleden stapte de Eritrese Weldemichael op precies deze plek uit de bus. Hij behoorde tot de eerste bewoners van Heumensoord, die toen vriendelijk begroet werden door Nijmegenaren met spandoeken. Welcome refugees. Samen met drieduizend andere vluchtelingen werd hij – op het hoogtepunt van de vluchtelingeninstroom naar Nederland – opgevangen in de bossen bij Nijmegen. Green village, zo heette het deel van het kamp waar hij sliep. ‘Mijn tent moet ongeveer hier hebben gestaan.’ Hij loopt met grote passen door het zand.

EH_2809_biniam

Toen het kamp er een tijdje stond, en de winter zich aandiende, gingen veel vluchtelingen de straat op om te protesteren. De omstandigheden in het grootste kamp van Nederland waren verre van ideaal. Inhumaan, zeiden sommigen. Weldemichael klaagde niet, hoewel de koude Hollandse lunch wennen was. ‘Ik heb vooral goede herinneringen. Ik heb hier mensen leren kennen en veel vrienden gemaakt.’ Nijmegen hield het niet alleen bij mooie woorden – veel vluchtelingen voelden zich oprecht welkom. Elke dag stonden er wel mensen bij de poort koffie te schenken, te spelen met de kinderen of gewoon een praatje te maken. De universiteit gooide haar deuren open voor de vluchtelingen, die op de campus terecht konden voor taalcursussen of gebruik konden maken van computers in de bibliotheek.

Weldemichael volgde colleges bij geografie. ‘Een meer dan welkome afleiding van het leven in Heumensoord, waar niks te doen was.’ En hij schreef columns voor Vox, onder het pseudoniem Biniam. Zo gaf hij een inkijkje in het leven van de bewoners van Heumensoord. Totdat hij in december bericht kreeg van het COA dat zijn asielaanvraag daadwerkelijk in gang gezet zou worden. De volgende ochtend zat Weldemichael in de bus naar Ter Apel.

 

Vogelbuurt
In de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord loopt een groep kleuters achter hun juf aan – de kinderen belichamen de multiculturaliteit van deze wijk. Op straat wordt Weldemichael gegroet door een Eritrese buurman. Sinds hij vier maanden geleden de sleutel van zijn huis ontving, is hij inwoner van Amsterdam en bewoner van de Mussenstraat.

Weldemichael heeft zijn verblijfsvergunning binnen – voorlopig voor vijf jaar. Daarom is hij nu gewoon Hruy Weldemichael. ‘Je hoeft mij geen Biniam meer te noemen’, zegt hij een paar uur voor we hem meenemen naar Heumensoord, verwijzend naar de schuilnaam die hij gebruikte als columnist. Herkenbaar op de foto gaan vindt hij ook geen probleem meer. ‘Nu ik mijn verblijfsvergunning heb, hoef ik me geen zorgen meer te maken’, zegt hij in zijn huis in Amsterdam.

In zijn benedenwoning staan een grote hoekbank, een tafel met vier stoelen en een bureau – allemaal op de kop getikt bij tweedehandszaken. De muren zijn nog wat kaal. Verder heeft hij een eigen terras, twee slaapkamers en een keuken. Allemaal voor hem alleen. Voor iemand die mensen om zich heen gewend was, is dat vreemd. In Asmara, waar Weldemichael geografie studeerde, woonde hij intern met andere studenten. Daarna trouwde hij, en woonde samen met zijn vrouw en moeder. ‘Vooral in het begin voelde ik mij in Amsterdam eenzaam, maar nu gaat het goed.’EH_2809_biniam

Zijn week is goed gevuld. Ten minste vier keer in de week stapt Weldemichael op zijn fiets. Tien minuutjes naar de veerpont, die hem over het IJ brengt. Dan dwars door de stad, langs de grachten en het Rijksmuseum, door de yuppenbuurten naar de Zuidas. Daar volgt hij, bij de Vrije Universiteit, taalcursussen. ‘Vorige week ben ik opgegaan voor niveau A1 – ik had geen enkele fout.’

Een half jaar geleden, toen Weldemichael nog in het azc in Almere verbleef, wilde hij eigenlijk al Nederlands leren. Toen waren de lessen snel vol en had hij niet meteen een plek. Hij schreef daarom vertalingen op gele post-its en plakte er zijn slaapkamer mee vol.

‘Voor de Nijmegenaren zou ik terugkomen. Maar in Amsterdam zijn voor mij meer mogelijkheden.’

Nu probeert hij in het Nederlands af en toe een praatje te maken met de buurman. Gelukkig spreekt zijn bovenbuurman wel Engels, dat gaat Weldemichael vooralsnog beter af. Verderop in de straat woont een Eritrees gezin, waar Weldemichael af en toe uitgenodigd wordt voor een Eritrese maaltijd.

Aanbevelingsbrief
Hij woonde er maar ruim twee maanden, maar Heumensoord heeft Weldemichael veel gebracht. Vrienden vooral, van wie er vier nu ook in ‘Noord’ wonen – op Champions League-avonden zitten zij bij elkaar op de bank. Maar ook de Nijmeegse wetenschappers bij sociale geografie zijn Weldemichael niet vergeten. Afgelopen zomer stuurde Olivier Kramsch en Kolar Aparna een aanbevelingsbrief naar collega’s van de Universiteit van Amsterdam, waardoor Weldemichael mee kon doen aan een zomercursus. De UvA organiseerde een reeks colleges over Amsterdam, speciaal voor vluchtelingen. Er waren veel meer aanmeldingen dan plekken.

Een van Weldemichaels vrienden uit Heumensoord komt elke zondag uit Nijmegen naar Amsterdam. Dan staat de programmeerles van de Amsterdamse organisatie Hack Your Future op het programma. ‘We maken een website om het Tigrinya, een Eritrese taal, te vertalen naar het Engels. Dat kan Eritreeërs in de toekomst helpen Engels te leren.’

Weldemichael hoopt van het bouwen van websites zijn vak te kunnen maken. ‘Eerst moet ik de Nederlandse taal leren, maar daarna hoop ik te kunnen studeren. Ik verwacht niet dat ik met mijn Eritrese geografiediploma aan de bak kom.’

Komt hij ooit nog eens terug naar Nijmegen? Hij lacht, want wil niet onbeleefd zijn. Dan: ‘Voor de Nijmegenaren zou ik terugkomen. Maar in Amsterdam zijn voor mij meer mogelijkheden.’

 

Dit verhaal verscheen eerder in Vox #3.

Geef een reactie