Hoe gaat het met het plan dat ongewenst gedrag op de campus moet aanpakken?
Exitgesprekken, een gedragscode en een meldpunt voor studenten en medewerkers. Het zijn enkele onderdelen van Prevent Care Cure, het plan dat de sociale veiligheid op de campus moet verbeteren. Maar wat is de status van het plan dat anderhalf jaar geleden werd aangekondigd? Een overzicht, in vijf vragen en antwoorden.
- Hoe verloopt de uitrol van het plan over de campus?
‘Voorspoedig,’ zegt Frank van de Wolde, de consultant bij het bureau Boer & Croon, die optreedt als projectleider van PCC – het hele projectteam bestaat uit acht medewerkers. ‘Sommige deelprojecten zijn al afgerond. Zo is de klachtenprocedure geëvalueerd. Daaruit bleek dat deze in de basis goed functioneert, maar nog toegankelijker kan worden voor klagers. Alle aanbevelingen uit die evaluatie zijn overgenomen.’
Daarnaast ontvangen medewerkers die bij de universiteit vertrekken sinds augustus automatisch een enquête over thema’s als sociale veiligheid, diversiteit en arbeidsvoorwaarden. ‘De antwoorden zijn anoniem, maar door patronen te analyseren, kunnen we het beleid waar nodig bijsturen’, legt Van de Wolde uit.
Ook krijgen vertrekkende medewerkers standaard de mogelijkheid tot een exitgesprek: niet langer alleen met een HR-adviseur van hun faculteit of divisie, maar desgewenst ook met een HR-medewerker die meer op afstand staat. ‘Vooral bij situaties waarin sociale veiligheid een rol speelt, kan dat een belangrijke meerwaarde zijn.’ Ook wordt gekeken of er behoefte is aan coaching, zoals ondersteuning bij een volgende carrièrestap.
Een ander afgerond traject is de reflectie op de Code goed bestuur universiteiten. ‘We hebben hierover gesprekken gevoerd met decanen, de raad van toezicht, het college van bestuur en de directeuren bedrijfsvoering’, zegt Van de Wolde. ‘De bedoeling is om deze gesprekken jaarlijks te herhalen, zodat de discussie over goed bestuur een structurele plek krijgt binnen de organisatie.’
- Wat zijn de belangrijkste dingen die nog moeten worden gerealiseerd?
Dat zijn twee dingen: een centraal meldpunt voor studenten en medewerkers én een gedragscode voor studenten. Die laatste zal grotendeels aansluiten bij de gedragscode voor medewerkers, die al langer bestaat. Maar beide codes hebben wel een andere status, zegt Van de Wolde. ‘Medewerkers vallen onder het arbeidsrecht, studenten onder het onderwijsrecht. Dat maakt dat de documenten inhoudelijk en juridisch enigszins van elkaar verschillen.’
‘De code voor studenten, waar we nu aan werken, is tot stand gekomen met veel input van studenten via focusgroepen en van vertrouwenspersonen’, vult Ilja Hijink aan, strategisch beleidsadviseur sociale veiligheid aan de Radboud Universiteit. De code definieert wat als gewenst en ongewenst gedrag wordt gezien – bijvoorbeeld over de rol van mentoren tijdens de introductieweek – en moet een praktische leidraad bieden.’
‘Dat het ook gaat over hoe we wel met elkaar willen omgaan en hoe we elkaar daarin kunnen ondersteunen, vind ik een mooi aspect van het plan’, zegt hoofddocent Strategisch Human Resource Management Marloes van Engen die als onderzoeker onderdeel is van de stuurgroep van PCC. ‘Een belangrijk uitgangspunt is dat fouten maken mag – binnen bepaalde grenzen en zolang we ervan leren.’
Het is de bedoeling voor het einde van dit academisch jaar de code voor studenten met de Universitaire Studentenraad te bespreken, vanaf september zou ze in gebruik moeten zijn.
De gedragscode voor studenten zal daarna te vinden zijn op de website van de Radboud Universiteit en zal onder andere via berichten op Instagram en in de nieuwsbrief naar studenten worden gecommuniceerd. Ook wordt tijdens de introductieweek aandacht besteed aan de gedragscode. Het document hoeft niet te worden ondertekend en is ook niet juridisch van aard. De gedragscode is in de eerste plaats bedoeld als gespreksstarter, niet als een opsomming van regeltjes en maatregelen.
- Wat is de status van het centrale meldpunt voor studenten en medewerkers die te maken hebben gehad met ongewenst gedrag?
Als alles volgens planning verloopt, gaat het meldpunt begin 2026 van start. Het wervingsprofiel voor een integriteitsfunctionaris, die hierin een sleutelrol zal hebben, is inmiddels klaar. Wanneer een melding binnenkomt, is het aan deze persoon om te beslissen welke vervolgstap het meest geschikt is. ‘Soms is een vertrouwenspersoon de juiste ingang, maar er kan ook sprake zijn van een ernstig incident of patroon dat verder onderzoek vereist’, legt Van de Wolde uit. ‘Ook moet worden bekeken of de kwestie raakt aan wetenschappelijke of organisatorische integriteit.’
Het meldpunt moet een laagdrempelige en informele manier bieden om problemen aan te kaarten, zodat die zo vroeg mogelijk kunnen worden aangepakt. ‘Idealiter worden problemen informeel opgelost in gesprekken, eventueel met ondersteuning van de vertrouwenspersonen’, zegt Hijink. ‘Als dat onvoldoende werkt, dan is een formele aanpak mogelijk. Het Advies- en Meldpunt organiseert expertise rondom een casus en adviseert over vervolgstappen.’
Tegelijkertijd blijven bestaande vertrouwenspersonen en de ombudsfunctionarissen gewoon rechtstreeks beschikbaar. ‘Het meldpunt is aanvullend, geen vervanging’, benadrukt Van de Wolde.
Prevent Care Cure
In het najaar van 2023 beloofde het toenmalige college van bestuur van de Radboud Universiteit met een plan te komen om de sociale veiligheid op de campus te verbeteren.
Aanleiding waren verschillende incidenten rondom grensoverschrijdend gedrag waarmee de universiteit destijds in het nieuws kwam. In september 2023 onthulde radioprogramma Argos dat een hoogleraar Psychologie zich drie jaar lang grensoverschrijdend had gedragen ten opzichte van een studente. Kort daarop stapte Han van Krieken vervroegd op als rector magnificus, nadat hij naar het oordeel van een klachtencommissie van de universiteit twee opmerkingen had gemaakt tegen een medewerker die mogelijk als seksueel intimiderend konden worden ervaren. In december van datzelfde jaar werd het plan onder de noemer Prevent Care Cure (PCC) gelanceerd.
Marloes van Engen benadrukt dat vroegtijdige actie cruciaal is. ‘Hoe sneller je ingrijpt, hoe groter de kans dat er een oplossing komt zonder escalatie. Als mensen het moeilijk vinden om een probleem bespreekbaar te maken, kan een vertrouwenspersoon hen begeleiden en eventueel ondersteunen bij een gesprek.’
Wat nu nog ontbreekt, en wat het meldpunt moet verbeteren, is structurele opvolging van meldingen. ‘Het gebeurt nog te vaak dat een melding wel wordt opgepakt, maar dat er daarna geen monitoring of evaluatie plaatsvindt’, zegt Van de Wolde. ‘We willen actief navragen: voelt de melder zich geholpen? Is de situatie verbeterd? Zo niet, dan kunnen we alsnog opschalen.’
Een nieuw opvolgingsbeleid moet inzichtelijk maken hoe de universiteit omgaat met meldingen van grensoverschrijdend gedrag en welke consequenties bepaald gedrag hebben. ‘Het biedt HR en medewerkers houvast: wat gebeurt er als iemand over de schreef gaat?’ zegt Van de Wolde. Hijink vult aan: ‘We baseren ons op de richtlijnen van regeringscommissaris Mariëtte Hamer. Transparantie is het sleutelwoord. Niemand mag het gevoel hebben dat meldingen in een black box verdwijnen.’
- Komt het plan in gevaar door de bezuinigingen op hoger onderwijs?
Volgens projectleider Van de Wolde vergroten de bezuinigingen in zekere zin alleen maar het belang van het project. ‘Je merkt dat er extra spanning ontstaat op de universiteit.’
Het budget van het projectteam is niet geraakt. ‘Maar als de hele organisatie moet nadenken over financiën, is er natuurlijk minder ruimte voor grote plannen’, zegt Van de Wolde.
‘Als universiteit wil je uitdragen dat je werk maakt van sociale veiligheid’
Als er geen sociale veiligheid is, schiet je jezelf in de voet, vult Van Engen aan. ‘Het heeft invloed op het welzijn van mensen. Zonder goed welzijn functioneert het primaire proces van een universiteit – onderwijs, onderzoek en impact – niet goed. Bovendien wil je als universiteit uitdragen dat je werk maakt van sociale veiligheid.’
Ilja Hijink verwijst naar een KNAW-rapport over sociale veiligheid in de wetenschap, waarin staat dat de kosten voor universiteiten kunnen oplopen als zich nieuwe casussen van sociale onveiligheid aandienen. ‘Als we onze projecten goed uitvoeren, zullen we zelfs kunnen besparen, omdat zaken zoals uitval, ziekteverzuim en verminderde productiviteit zullen afnemen.’
- Onlangs was er commotie aan de rechtenfaculteit, omdat het college van bestuur daar een omstreden interimdecaan probeerde aan te stellen. Doet zo’n gebeurtenis niet alle inspanningen teniet?
‘Het is niet onze rol om in te gaan op specifieke casuïstiek’, zegt Van de Wolde. ‘Maar in ons projectplan hebben we wel altijd aangegeven dat we rekening houden met dergelijke situaties.’
Hijink. ‘Wat wij belangrijk vinden, is dat we niet vanuit een ivoren toren werken. We proberen echt te begrijpen wat er speelt op de campus. Ons doel is om de projecten zo te ontwerpen dat ze dit soort kwesties in de toekomst kunnen ondervangen. Het zal nooit perfect zijn, maar we proberen wel van deze situaties te leren.’
Een bange RU-medewerk(st)er schreef op 3 april 2025 om 12:50
Nee, het gaat uitstekend, eigenlijk was dat gehele plan niet nodig. Wat was ook alweer de aanleiding? We zijn het vergeten. Beste Vox, als jullie trots zijn op jullie ‘onafhankelijke’ journalistiek, doe dan net iets beter je werk. Ga eens praten met mensen die niet durven te praten. Graaf eens in het geheugen of jullie eigen publicaties. Dit artikel is een klap in het gezicht van al diegenen die gecancelled zijn of bang zijn dat te worden op onze zogenaamde inclusieve universiteit.